Tutorial

Een zeer eenvoudige casus met de COINS Navigator

Dit tutorial is gebaseerd op de notitie Een zeer eenvoudige casus waarin aan de hand van een eenvoudig voorbeeld (zitbank) wordt getoond hoe de communicatie verloopt tussen bouwwerkregisseur en een drietal rollen: specificerende, ontwerpende en plannende. Gebruikmakend van de COINS Navigator kan dit voorbeeld helemaal worden nagespeeld.

Inhoud

Creëer een nieuw CBIM

Figuur 1: Nieuw model knop op de werkbalk.
Figuur 1: Nieuw model knop op de werkbalk.
Start de COINS Navigator en activeer de menu-optie Bestand/Nieuw... of klik op de Nieuw model knop op de werkbalk.
Figuur 2: Identificatie van het nieuwe model plus gebruikte referentiekaders.
Figuur 2: Identificatie van het nieuwe model plus gebruikte referentiekaders.
Om het nieuwe model te kunnen creëren moeten nog wat zaken worden gespecificeerd:

Invoeren van de objecten in laag 0

Figuur 3: Creëer een nieuwe functie.
Figuur 3: Creëer een nieuwe functie.
Nu kan begonnen worden met het invoeren van de objecten in laag 0. Allereerst de functie Voorziening voor meerdere personen om te kunnen zitten.
Figuur 4: Specificatie van naam en codering.
Figuur 4: Specificatie van naam en codering.
Na de creatie van de functie in laag 0 wordt een standaard naam ingevuld: Functie_1. Deze kan in het rechter gedeelte van de applicatie worden veranderd. Tevens wordt een codering ingevuld die straks het zoeken naar bepaalde objecten vergemakkelijkt.

Bij de functie horen een tweetal (functionele) eisen:

  • Geschikt voor tenminste drie personen
  • Sterk genoeg om een belasting van 300 kg te kunnen dragen
Figuur 5: Het linken van een functionele eis aan een functie.
Figuur 5: Het linken van een functionele eis aan een functie.

Het creëren van een nieuwe functionele eis gaat op gelijksoortige wijze als met een functie. Na het invullen van de naam en de coderingen (bv. RF1.1 en RF1.2) dienen de eisen nog aan de functie verbonden te worden. Dit kan in het Specificatie tab paneel. Selecteer bij Containerfunctie de gewenste functie.

Ook zijn er nog twee algemene eisen:

  • Te gebruiken materiaal: beton en glas
  • Situering: zie document xxxx
Figuur 6: Het instellen van het type voor nieuw te creëren eisen.
Figuur 6: Het instellen van het type voor nieuw te creëren eisen.
Een algemene eis wordt op dezelfde plek gedefinieerd als functionele eisen. Echter moet dan wel het eis-type eerst worden aangepast.
Figuur 7: Het kiezen van het type algemene eis.
Figuur 7: Het kiezen van het type algemene eis.
Algemene eisen zijn onafhankelijk van functies en dus kan die stap worden overgeslagen. Wel kan een meer gespecialiseerd type eis worden opgegeven. Voor de materialen-eis wordt Aspect/Uitvoering geselecteerd en voor de situering wordt Aspect/Omgeving geselecteerd.
Figuur 8: Applicatievenster na het invoeren van de functievervuller Zitbank.
Figuur 8: Applicatievenster na het invoeren van de functievervuller Zitbank.
Nu wordt het bouwwerk zelf ingevoerd. Als naam wordt Zitbank gekozen.
Figuur 9: Het selecteren van de te vervullen functie.
Figuur 9: Het selecteren van de te vervullen functie.
Figuur 10: Het linken aan een algemene eis.
Figuur 10: Het linken aan een algemene eis.
Het bouwwerk wordt eerst verbonden met de te vervullen functie. Dit kan in de Functies tab van het specificatiegedeelte van Zitbank. Eerst wordt een functie geselecteerd en vervolgens met de Voeg toe knop aan de lijst met te vervullen functies toegevoegd.

Daarna wordt het bouwwerk gelinkt aan de twee algemene eisen. Dit kan op overeenkomstige wijze in de Algemene eisen tab.

Opslaan van het model

Figuur 11: Bewaar het CBIM op de lokale schijf.
Figuur 11: Bewaar het CBIM op de lokale schijf.
Bewaar het model als een bestand (zitbankA.owl, A omdat het om fase A van de casus gaat) op de lokale schijf.

Toevoegen van documenten

Het voorbeeld bevat ook nog twee richtlijnen die in de vorm van documentreferenties aan het model kunnen worden toegevoegd. Een document is niet gerelateerd aan een bepaalde laag en wordt daarom onder de Index tab (linker gedeelte van het venster) onder de Document tab ingevoerd.

Figuur 12: Laagonafhankelijke objecten.
Figuur 12: Laagonafhankelijke objecten.
Omdat de richtlijnen voor het gehele bouwwerk gelden worden ze gelinkt vanuit het topbouwdeel Zitbank. Klik hiervoor op de Toon documenten knop op het identificatiegedeelte van het bouwdeel Zitbank.
Figuur 13: Documentreferenties-venster openen vanuit een specifiek object.
Figuur 13: Documentreferenties-venster openen vanuit een specifiek object.
Figuur 14: Document referenties toegevoegd aan Zitbank.
Figuur 14: Document referenties toegevoegd aan Zitbank.

Genereren van de COINS container

Figuur 15: Exporteer een COINS container van het huidige CBIM.
Figuur 15: Exporteer een COINS container van het huidige CBIM.
Nu kan de eerste COINS container worden gegenereerd richting de rol van specificerende.
Figuur 16: Bepaal de map en de naam van de COINS container.
Figuur 16: Bepaal de map en de naam van de COINS container.
Kies A.ccr als naam voor deze export.
Figuur 17: De inhoud van de COINS container kan worden bekeken met een ZIP tool (hier WinZip).
Figuur 17: De inhoud van de COINS container kan worden bekeken met een ZIP tool (hier WinZip).
In dit geval zijn er geen fysieke documenten beschikbaar zodat alleen de bim map gevuld wordt.

Met behulp van VISI software kan de COINS container als appendix worden verstuurd naar de rol van specificerende.

COINS container B (Specificerende -> Bouwwerkregisseur)

Importeren van de COINS container

Figuur 18: Selecteren van de COINS container en een map om de COINS container uit te pakken.
Figuur 18: Selecteren van de COINS container en een map om de COINS container uit te pakken.
De specificerende ontvangt een VISI bericht met als appendix een COINS container waarin het CBIM van het vorige hoodstuk is vervat. Om de container te laden wordt de menu-optie Bestand/Import... geselecteerd. Er wordt een dialoogvenster geopend om de betreffende COINS container te selecteren en een map te kiezen waarin de container wordt uitgepakt. In de bestandskiezer kan indien gewenst ook eerst een nieuwe map gecreëerd worden.

Toevoegen van nieuwe objecten

In het voorbeeld voegt de specificerende een nieuwe laag (laag 1) aan het model toe met een tweetal subfuncties:

  • Bieden zitgelegenheid [F1.1]
  • Hechten aan bodem [F1.2]

en een tweetal bijbehorende functievervullers:

  • Zitsysteem [B1.1]
  • Fundatiesysteem [B1.2]
Figuur 19: Het selecteren van laag 1.
Figuur 19: Het selecteren van laag 1.
Daartoe activeert hij eerst laag 1.

Daarna voert hij de twee functies en bouwdelen in waarbij tevens functie F1.1 wordt vervuld door bouwdeel B1.1 en functie F1.2 door bouwdeel B1.2.

Figuur 20: Het selecteren van het ouder-bouwdeel.
Figuur 20: Het selecteren van het ouder-bouwdeel.
Tenslotte dient de decompositiestructuur van de bouwdelen te worden gespecificeerd. Voor elk subbouwdeel wordt in het specificatiegedeelte in de Decompositie tab het ouder-bouwdeel vastgelegd. In dit geval is er maar één keuzemogelijkheid.

Hiermee is de specificerende in dit zeer eenvoudige voorbeeld klaar met zijn toevoegingen. Volgens de in hoofdstuk 1 getoonde wijze genereert hij een nieuwe COINS container (B.ccr).

Hij koppelt de container vervolgens aan een VISI bericht dat melding maakt dat de opdracht is voltooid en verstuurt dat naar de bouwwerkregisseur.

COINS container C (Bouwwerkregisseur -> Ontwerpende)

Samenvoegen van COINS container B in het CBIS

Figuur 21: Samenvoegen van twee modellen.
Figuur 21: Samenvoegen van twee modellen.
Figuur 22: VISI bericht ID invoeren.
Figuur 22: VISI bericht ID invoeren.
In dit geval importeert de bouwwerkregisseur niet de COINS container B omdat dan het interne model overschreven zou worden. In het CBIS moeten de twee modellen echter worden samengevoegd. Met de COINS Navigator kan deze situatie worden nagebootst door eerst het oospronkelijke model in te lezen (zitbankA.owl) en dat vervolgens met de inhoud van COINS container B te laten samenvoegen. Nadat zitbankA.owl is ingelezen met de menu-optie Bestand/Open bestand... wordt de menu-optie Bestand/Samenvoegen... geselecteerd.

Naast de standaard importdialoog wordt ook gevraagd naar het VISI bericht dat deze COINS container vergezelde. Indien beschikbaar kan hier het XML bestand met het VISI bericht worden geselecteerd, anders kan deze stap worden overgeslagen.

Na de samenvoeging verschijnt een logvenster met de gebeurtenissen als gevolg van de samenvoegingsoperatie.

Figuur 23: Overzicht van de bevindingen van de samenvoegingsmodule.
Figuur 23: Overzicht van de bevindingen van de samenvoegingsmodule.
Figuur 24: Een wijzigingsoverzicht via de rapportgenerator.
Figuur 24: Een wijzigingsoverzicht via de rapportgenerator.
Een wijzigingsoverzicht kan ook worden gegenereerd via het Bestand/Rapport... menu-item.

Na het samenvoegen blijkt bouwdeel Zitbank nu tweemaal voor te komen: naast de oorspronkelijke versie (0), die in de COINS Navigator grijs wordt weergegeven is een nieuwe versie ontstaan (1) die gewoon zwart wordt gerepresenteerd.

Figuur 25: Nieuwe versie voor bouwdeel [B1] Zitbank.
Figuur 25: Nieuwe versie voor bouwdeel [B1] Zitbank.
De nieuwe versie voor dit bouwdeel is het resultaat van de constatering dat de nieuwe versie nu kindobjecten heeft waar de oude versie die nog niet had. Ook al is de relatie in dit geval van kind naar ouder gelegd, de decompositierelatie is tweezijdig gedefinieerd (heeft een inverse relatie) en daarom maakt het niet uit hoe de relatie oorspronkelijk is gespecificeerd.

Alle nieuwe en gewijzigde objecten refereren aan het VISI bericht dat deze modelverandering via de bijbehorende COINS container heeft bewerkstelligd.

Figuur 26: Document referentie naar het VISI bericht dat de wijziging heeft veroorzaakt.
Figuur 26: Document referentie naar het VISI bericht dat de wijziging heeft veroorzaakt.

Het genereren van de COINS container voor de ontwerpende

Na acceptatie (in de COINS Navigator door het bewaren onder een nieuwe naam van het CBIS volgens Bestand/Bewaar als... in zitbankAB.owl, kan de bouwwerkregisseur meteen de volgende opdracht laten uitgaan in de vorm van COINS container C. Bij het exporteren van de container worden automatisch alleen de laatste versies van de de objecten doorgegeven.

COINS container D (Ontwerpende -> Bouwwerkregisseur)

Toevoegen van nieuwe objecten

De ontwerpende voegt na het importeren van de COINS container een nieuwe laag (laag 2) aan het model toe met bouwdelen die een nadere detaillering vormen van de functievervullers één laag hoger. Voor het zitsysteem wordt dat een Ligger [B1.1.1],terwijl het fundatiesysteem wordt uitgewerkt met een tweetal bouwdelen Steun links [B1.2.1] en Steun rechts [B1.2.2]. Na creatie worden de objecten verbonden met hun respectievelijke ouderobjecten Zitsysteem [B1.1] en Fundatiesysteem [B1.2].

Figuur 27: Objectenboom-view
Figuur 27: Objectenboom-view

Daarna zal de ontwerpende deze bouwdelen linken aan 3D representaties. Voor deze tutorial zijn twee verschillende aanpakken uitgewerkt. Eerst een werkwijze waarbij de bouwdelen worden gekoppeld aan een IFC model dat uit een CAD systeem is geëxporteerd. In een tweede werkwijze wordt gebruik gemaakt van parametrische gedefinieerde bibliotheekobjecten. Het gaat hier echter om een keuze [Een derde mogelijkheid zou er uit bestaan van elk bouwdeeltype een apart IFC bestand te creëren en deze weer te koppelen aan een COINS bibliotheekobject. Dat bibliotheekobject kent dan echter geen te variëren parameters meer].

3D representaties linken aan geometrisch model (IFC)

In deze variant is gekozen voor het linken met objecten in een IFC model.

Figuur 28: Het selecteren van het IFC 3D representatie-formaat
Figuur 28: Het selecteren van het IFC 3D representatie-formaat
Allereerst worden 3D representatie linkobjecten in CBIM gecreëerd voor zowel de ligger als de steun. In de Expliciete3DRepresentatie tab (in het index paneel links) wordt na de creatie in het specificatie gedeelte het juiste formaat (IFC) geselecteerd.
Figuur 29: Het activeren van de 3D viewer.
Figuur 29: Het activeren van de 3D viewer.
Om het resultaat van de link te kunnen waarnemen activeren we de 3D viewer.
Figuur 30: Grafische weergave van het bestand Een zeer eenvoudige casus.ifc.
Figuur 30: Grafische weergave van het bestand Een zeer eenvoudige casus.ifc.
Met de knop ... wordt een bestandskiezer geactiveerd om het gewenste grafische bestand te koppelen. Kies het bestand Een zeer eenvoudige casus.ifc. De naam van het bestand wordt overgenomen als de naam van het linkobject. De 3D representatie wordt vervolgens getoond in de viewer.
Figure 31: Het geselecteerde IFC object.
Figure 31: Het geselecteerde IFC object.
De 3D representatielink verwijst nu naar het gehele IFC model. Wat we willen is een directe link met de verschillende onderdelen van het model. Om dit te kunnen doen klikken we op de eerste regel in de objectentabel en vervolgens op de knop Selecteer.
Figuur 32: Het selecteren van een object in een IFC model.
Figuur 32: Het selecteren van een object in een IFC model.
In het grafische venster worden alle niet-geselecteerde objecten als draadmodel weergegeven terwijl het geselecteerde element massief blijft.

De unieke identificatie of Globally Unique Identifier (GUID) van het IFC object wordt overgenomen om ondubbelzinning aan dit object te kunnen refereren.

Figure 33: De Globally Unique Identifier (GUID) wordt gebruikt als link target.
Figure 33: De Globally Unique Identifier (GUID) wordt gebruikt als link target.
Verander de eerder gegenereerde naam voor deze 3D representatielink in het meer betekenisvolle Ligger.

Maak nu ook op dezelfde wijze de 3D representatielink objecten aan voor de steunen en noem ze respectievelijk Steun rechts en Steun links.

Hierna kunnen de bouwdelen worden verbonden met de zojuist gecreëerde 3D representatielinken. We keren daarom terug naar de tab Lagen en kiezen vervolgens laag 2.

Figuur 34: Selectie van de tweede indelingslaag.
Figuur 34: Selectie van de tweede indelingslaag.
Daarna selecteren we achtereenvolgens de drie bouwdelen en kiezen de juiste 3D representatielink in het Vorm gedeelte van de Geometrie tab.
Figuur 35: Verbinden van een bouwdeel met zijn 3D representatie.
Figuur 35: Verbinden van een bouwdeel met zijn 3D representatie.
Met een klik op de Toon knop wordt de link gepresenteerd in het grafische venster. Dit kan nu ook bij bouwdelen die zich hoger in de objectenboom bevinden, bijv. [B1.2] Fundatiesysteem in laag 1.
Figuur 36: Visualisatie van het bouwdeel Fundatiesysteem.
Figuur 36: Visualisatie van het bouwdeel Fundatiesysteem.
Beide steunobjecten, die tezamen dit bouwdeel vormen, worden nu massief weergegeven.

Hiermee is de ontwerper klaar met zijn opdracht en genereert een COINS container met het resultaat (D.ccr).

3D representaties linken via bibliotheekobjecten (PMO)

Deze paragraaf is een alternatief scenario voor de koppeling aan een IFC model. In deze variant is gekozen voor het gebruik van objectdefinities in PMO (van Product Modelling Ontology) formaat. Dit formaat ondersteunt parametrisch modelleren en is daarom heel geschikt voor het gebruik als configureerbaar bibliotheekobject.

Figuur 37: Het selecteren van het PMO 3D representatie formaat.
Figuur 37: Het selecteren van het PMO 3D representatie formaat.
Allereerst worden 3D representatie linkobjecten in CBIM gecreëerd voor zowel de ligger als de steun. In de Expliciete3DRepresentatie tab (in het indexpaneel links) wordt na de creatie in het specificatie gedeelte het juiste formaat (PMO) geselecteerd.
Figuur 38: Het activeren van de 3D viewer.
Figuur 38: Het activeren van de 3D viewer.
Om het resultaat van de link te kunnen waarnemen activeren we de 3D viewer.
Figuur 39: Grafische weergave van het bestand "ligger.owl".
Figuur 39: Grafische weergave van het bestand "ligger.owl".
Met de knop ... wordt een bestandskiezer geactiveerd om het gewenste grafische bestand te koppelen. Kies eerst het bestand ligger.owl. De naam van het bestand wordt overgenomen als de naam van het linkobject. De 3D representatie wordt vervolgens getoond in de viewer.
Figuur 40: Grafische weergave van het bestand steun.owl.
Figuur 40: Grafische weergave van het bestand steun.owl.
Volgens hetzelfde recept wordt ook een linkobject voor het bestand steun.owl aangemaakt.

De PMO bestanden ligger.owl en steun.owl zijn op hun beurt weer afhankelijk van twee andere PMO bestanden: bench.owl en benchsupport.owl. Omdat deze bestanden anders niet in de COINS container meegenomen zouden worden is het noodzakelijk voor deze bestanden ook 3D representatie linkobjecten te creëren. Voor de connectiviteit in het model is het dan nog nodig dat bench.owl aan ligger.owl wordt gelinkt via een documentreferentie en idem voor benchsupport.owl en steun.owl.

Figuur 41: Het koppelen van een vormlink aan een catalogusonderdeel.
Figuur 41: Het koppelen van een vormlink aan een catalogusonderdeel.
Omdat het hier gaat om parametrisch gedefinieerde objecten is het zinvol om er tevens catalogusonderdelen van te maken. Creëer hiertoe in de tab CatalogusOnderdeel een nieuw object. Kies vervolgens in het specificatiegedeelte het ligger.owl linkobject.
Figuur 42: Het wijzigen van default parameter waarden.
Figuur 42: Het wijzigen van default parameter waarden.
Met een klik op de Laad-knop wordt de parametrische definitie geladen.

Na het laden verschijnen de parameters plus default waarden in de tab Eigenschappen. Naar keuze kunnen de parameterwaarden worden gewijzigd door op de waardecel dubbel te klikken en af te sluiten met een Enter. We veranderen de W (Width) parameter in 0.8 m. Het grafische venster toont onmiddellijk het effect van de wijziging (indien de parameterwijziging een grafisch effect heeft uiteraard).

Figuur 43: Het creëren van een catalogusonderdeel instantie voor een bouwdeel.
Figuur 43: Het creëren van een catalogusonderdeel instantie voor een bouwdeel.
Nu moet nog een koppeling worden gemaakt tussen het bouwdeel Ligger en het catalogusonderdeel. Selecteer het bouwdeel Ligger (in laag 2) en activeer de Catalogusonderdelen tab in het specificatiegedeelte. Selecteer het catalogusonderdeel ligger.owl en creëer een instantie voor dit bouwdeel.
Figuur 44: Het creëren van een locator voor een bouwdeel.
Figuur 44: Het creëren van een locator voor een bouwdeel.
Figuur 45: Het bepalen van de actuele parameterwaarden.
Figuur 45: Het bepalen van de actuele parameterwaarden.
In de tab Eigenschappen worden de actuele parameterwaarden weergegeven. Deze kunnen hier nier meer worden gewijzigd. Tot slot moet het 3D object nog worden gepositioneerd. We kiezen hier de X/Y positie in de oorsprong en een translatie van 0.75 m in de Z-richting, met de primaire oriëntatie volgens de positieve Z-as en de secundaire oriëntatierichting langs de X-as. In de Geometrie tab van het Ligger bouwdeel wordt een locator gecreëerd en de Z-translatie wordt ingesteld op 0.75 m.

Ook voor de steun wordt een catalogusonderdeel aangemaakt. En ook hier passen we de breedte aan op 0.8 m (W = 0.8).

Zowel [B1.2.1] Steun links als [B1.2.2] Steun rechts worden verbonden met catalogusonderdeel steun.owl. Expliciete positionering is noodzakelijk (anders zouden de twee steunen over elkaar heen vallen). Voor de linkersteun wordt in de Geometrie tab een locatorobject gecreëerd.

De locator wordt geïnitialiseerd met de default waarden. De linkersteun moet iets naar achteren worden geplaatst. Verander de X waarde van de translatievector in -0.75 m.

Ook voor de steun rechts moet een locatorobject worden aangemaakt. Deze moet naar voren worden geplaatst: zet de X-translatie op 2.75 m. Ook moet de steun worden geroteerd om de Z-as. Verander daarom de secundaire X-orientatie in -1. Omdat deze rotatie ook effect heeft op de Y-translatie moet deze worden gecorrigeerd: verander de Y-translatie in 0.8 m.

Figuur 46: Toon de 3D representatie vanaf een bepaalde functievervuller.
Figuur 46: Toon de 3D representatie vanaf een bepaalde functievervuller.
Figuur 47: 3D Representatie van het zitbank model.
Figuur 47: 3D Representatie van het zitbank model.
Selecteer nu het top-bouwdeel Zitbank en klik op de Toon knop onderin de Geometrie tab. Een bestandskiezer vraagt om de map waar de gegenereerde PMO bestanden geplaatst kunnen worden. Kies de map waarin ook de andere PMO bestanden zijn opgeborgen. Na enkele seconden toont de 3D viewer de gegenereerde 3D representatie.

Hiermee is de ontwerper klaar met zijn opdracht en genereert een COINS container met het resultaat (D.ccr).

COINS container E (Bouwwerkregisseur -> Plannende)

De bouwwerkregisseur laadt eerst zitbankAB.owl, die geeft de toestand weer van het CBIS op het moment dat de opdracht aan de ontwerpende werd verzonden. Vervolgens wordt het model samengevoegd met COINS container D.ccr het resultaat van de ontwerpende. Het resultaat wordt (na acceptatie) bewaard als zitbankABD.owl. Inspectie toont dat voor de bouwdelen op laag 1 nieuwe versies zijn gecreëerd vanwege de uitbreiding naar laag 2. Ook voor [B1] Zitbank is een nieuwe versie gecreëerd (2) als gevolg van de gegenereerde expliciete 3D representatie.

De bouwwerkregisseur genereert uit het geupdate CBIS een nieuwe COINS container E.ccr voor de opdracht naar de plannende. Ook nu komen alleen de laatste versie van elk object in de container terecht. Documenten die alleen door vervallen objecten worden gerefereerd worden ook niet meegenomen.

COINS container F (Plannende -> Bouwwerkregisseur)

De plannende voegt in de voorbeeld casus 3 nieuwe objecten toe aan het CBIM:

  • [T001] Plaatsen steun links
  • [T002] Plaatsen steun rechts
  • [T003] Plaatsen ligger

Deze taken kunnen naar keuze worden geïmporteerd uit een planningspakket (MS Project, Primavera) of rechtstreeks worden ingevoerd in het testgereedschap. Hier wordt voor de laatste optie gekozen.

Figuur 48: De Taak-tab in het Index-paneel.
Figuur 48: De Taak-tab in het Index-paneel.
De planningstaakobjecten worden gecreëerd in de Taken tab van het index gedeelte.
Figuur 49: Het specificeren van de start- en einddata van een taak.
Figuur 49: Het specificeren van de start- en einddata van een taak.
In het specificatiegedeelte kunnen de start- en einddata van de taak worden ingevoerd alsmede op welke functievervullers de taak betrekking heeft.

De plannende verstuurt vervolgens het resultaat van zijn opdracht in een nieuwe COINS container F.ccr naar de bouwwerkregisseur.

Figuur 50: CBIS bouwdelen in laag 2 na de samenvoeging met de planninggegevens.
Figuur 50: CBIS bouwdelen in laag 2 na de samenvoeging met de planninggegevens.
De bouwwerkregisseur laadt eerst de oorspronkelijke CBIS toestand zoals vastgelegd in zitbankABD.owl en voegt dit samen met de COINS container F.ccr. Het resultaat zal nieuwe versies tonen voor de bouwdelen op laag 2 (vanwege de nieuwe relaties met de planningobjecten).
Afkomstig van CoinsWiki NL, de Vrije Encyclopedie. "http://www.coinsweb.nl/wiki/index.php/Tutorial"
Personal tools